2007-03-11

  Een kerk is meer dan een hoop stenen
  Bron Waalwijker
 
 

Door Francoise Teunen:

Een kerk is meer dan een hoop stenen
De identiteit van Kaatsheuvel wordt door sloop in haar basis aangetast.

KAATSHEUVEL- “Dat mag niet gebeuren!” hebben Lilian Grootswagers, Marry de Wijs en Marri Hendriks gedacht, nadat zij hoorden van de voorgenomen sloop van de robuuste St-Jozef kerk aan het Wilhelminaplein in Kaatsheuvel. Aansluitend op de eerder gestarte activiteiten van bewoners van het Wilhelminaplein hebben zij de hoofden bijeen gestoken en besloten om er alles aan te doen om de sloop te voorkomen en na te denken over een goede herbestemming. Stichting Erfgoed Kaatsheuvel (STERK) werd door het drietal opgericht en in nog geen jaar tijd is er al heel wat voortgevloeid uit deze stichting.   

Stichting STERK is sinds 24 april 2006 een feit. Naast de drie pioniers, ontstond er al snel een grote achterban. Zo bestaat de stichting uit onder andere een bouw, financiële, juridische, kunst, monumenten en PR commissie. De leden uit iedere commissie beschikken over kennis die nodig is om de doelstelling van STERK zo goed mogelijk tot uitvoer te brengen. Namelijk het vinden van een geschikte herbestemming voor de kerk.

Lilian Grootswagers vindt het erg belangrijk dat STERK als serieuze stichting wordt gezien: “Onze website www.sterkkaatsheuvel.nl is volledig en zakelijk. Als je een goed onderbouwd en uitgewerkt plan wilt neerleggen heb je veel deskundigheid nodig. Je legt immers contacten met diverse overheden en instanties. De mensen die over deze deskundigheid beschikken, waren snel gevonden. Het bleek dat erg veel personen begaan zijn met erfgoed.”

Veel instellingen, bedrijven en inwoners van de gemeente, zijn geïnspireerd door het enthousiasme van STERK. Zo is er een instelling geweest die zo te spreken was over het werk van de stichting, dat zij een planstudie aangaande de St-Jozefkerk hebben gefinancierd. Bij een planstudie wordt bekeken waar de St-Jozefkerk in de toekomst dienst voor kan doen. STERK ziet graag dat de kerk een maatschappelijke functie krijgt. Hierbij wordt gedacht aan kunst, heemkunde, cultuur, muziek, dans, educatie, maatschappelijke zorg, dit alles in combinatie met wonen.

Op dit moment ligt er een ‘aanvraag voor rijksmonument’ bij de minister en totdat hij besloten heeft, mag er niets met het gebouw gebeuren. De raad van cultuur, een van de organen die de minister adviseert, heeft medegedeeld dat zij de kerk als ‘topmonument’ zien. Zij schrijven in een brief aan de minister: ‘Het belang is gelegen in het feit dat de kerk een gaaf voorbeeld is van katholieke interbellumarchitectuur; een robuuste kerk en goed gedetailleerd, die een belangrijke schakelwaarde vertegenwoordigd tussen de traditionele architectuur en die van de wederopbouw.’

Bij de bevolking leeft de zaak, niet alleen burgers maar ook het bedrijfsleven komen met concrete financiële steun. Daarnaast wil ‘de politiek’ de kerk graag behouden en ook de provincie reageert enthousiast. De volgende stap moet volgens Lilian zijn een erkenning door het rijk, en medewerking van alle belanghebbenden.

Lilian, Marry en Marri zien dat steeds meer instanties hun verantwoordelijkheid nemen om de problematiek met betrekking tot religieus erfgoed het hoofd te bieden. Zo brengt het ambassadeursproject van het Brabants Monumentenhuis religieus erfgoed in kaart en begeleid gemeentes hoe hier mee om te gaan. In het geval van de St Jozef kerk kwam deze instantie helaas te laat en moet er gestreden worden tegen de sloop. In de toekomst worden veel van deze religieuze gebouwen van de ondergang gered. Enkel omdat er al in een eerder stadium wordt nagedacht over een geschikte herbestemming.

 

  terug